ECLI:NL:GHAMS:2018:1811
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst WinstVerDriedubbelaar en terugbetaling aan Dexia
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen vonnissen waarin de geldigheid van een leaseovereenkomst tussen [appellante] en Dexia centraal stond. De leaseovereenkomst, gesloten in 2001 en verlengd in 2004, werd in 2007 vernietigd door [X] wegens nietigheid op grond van artikel 1:88 BW Pro. Dexia stelde dat de vordering was verjaard, maar het hof oordeelde dat de verjaring was gestuit door een collectieve procedure die in 2003 was gestart.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat [appellante] haar beroep op vernietiging onvoorwaardelijk had ingetrokken, maar het hof stelde vast dat dit een vermindering van eis betrof waar zij in hoger beroep op terugkwam. Het hof achtte dit toelaatbaar en oordeelde dat het beroep op vernietiging van de leaseovereenkomst terecht was. Tevens wees het hof het bewijsaanbod van Dexia af wegens onvoldoende specificatie.
Ten aanzien van de terugbetaling van de betaalde bedragen oordeelde het hof dat Dexia niet te kwader trouw was bij ontvangst van betalingen, maar veroordeelde Dexia wel tot terugbetaling met wettelijke rente vanaf 13 april 2007. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten. Het arrest vernietigt het bestreden vonnis en verklaart de leaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd.
Uitkomst: De leaseovereenkomst is rechtsgeldig vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen met wettelijke rente.