ECLI:NL:GHAMS:2018:2010
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ongegrondverklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarder
Klager diende op 29 november 2017 een beroepschrift in tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, die zijn klacht tegen een gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaarde. De kamer had geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarder over een voldoende last beschikte voor zijn optreden.
Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg en de aanvullende stukken van partijen bestudeerd en de zaak behandeld tijdens een openbare zitting op 5 april 2018, waarbij beide partijen aanwezig waren en het woord voerden. Het hof heeft geen aanleiding gevonden om af te wijken van de feitenvaststelling door de kamer, aangezien partijen hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt.
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de kamer en voegt toe dat klager geen recht heeft op inzage in de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder. Tevens gaat het hof ervan uit, behoudens tegenbewijs dat niet is geleverd, dat de gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar over een voldoende last beschikt voor zijn optreden.
De overige door partijen aangevoerde punten zijn niet relevant voor de beoordeling. Het hof bevestigt daarom de bestreden beslissing en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond is.