ECLI:NL:GHAMS:2018:2017
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berisping gerechtsdeurwaarder voor faciliteren verboden vorderingenuitwinning
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) klaagde tegen een gerechtsdeurwaarder die een collega-gerechtsdeurwaarder had gefaciliteerd bij het uitwinnen van vorderingen die via diens BV waren gekocht, wat volgens de KBvG niet was toegestaan. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond en legde een berisping op.
In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing. Het hof oordeelde dat het handelen van de gerechtsdeurwaarder in strijd was met artikel 20 lid 1 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en de beroeps- en gedragsregels, omdat hij zijn onafhankelijke en onpartijdige positie had geschonden door de uitwinning van de door een collega gekochte vorderingen te faciliteren.
De gerechtsdeurwaarder voerde aan niet van de koop op de hoogte te zijn geweest, maar het hof achtte dit niet aannemelijk gezien de feitelijke verstrengeling tussen de betrokken vennootschappen. Gezien de ernst van het verwijt vond het hof de berisping passend en toereikend. De beslissing van de kamer werd bevestigd.
Daarnaast wees het hof op een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat het niet betaamt voor een gerechtsdeurwaarder om vorderingen te kopen. Het hof zag af van een kostenveroordeling omdat het beroepschrift vóór de wetswijziging van 1 januari 2018 was ingediend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de berisping van de gerechtsdeurwaarder wegens het faciliteren van verboden vorderingenuitwinning.