ECLI:NL:GHAMS:2018:2036
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over huurachterstand en beëindiging huurovereenkomst
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een verhuurster en huurder over de beëindigingsdatum van een huurovereenkomst en de betaling van achterstallige huur.
De huurovereenkomst is op 1 mei 2014 gesloten met een maandelijkse huurprijs van €750. De huurder betaalde tot augustus 2015, maar klaagde in september 2015 over lekkage. Er ontstond een incident tussen de huurder en een klusjesman, waarna de huurder de woning verliet en rond 1 november 2015 telefonisch mededeelde dat hij was vertrokken.
De verhuurster vorderde betaling van huur tot en met november 2015 en incassokosten. De kantonrechter wees deze vorderingen toe. De huurder stelde onder meer dat de verhuurster niet bevoegd was de woning te verhuren, dat de huurovereenkomst eerder was geëindigd en dat sprake was van wanprestatie door de verhuurster. Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat de verhuurster wel bevoegd was, dat de huurovereenkomst niet eerder was geëindigd en dat de huurder geen opschortingsrecht had. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de huurder in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de huurder tot betaling van huur tot en met november 2015 en incassokosten.