ECLI:NL:GHAMS:2018:2145
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarige bij echtscheidingsgeschil met litispendentie
Partijen, gehuwd in Rusland en met Russische nationaliteit, zijn sinds 2015 met hun minderjarige dochter in Nederland woonachtig. De Russische rechter sprak in oktober 2016 de echtscheiding uit en bepaalde de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder. De vrouw is in 2017 hertrouwd en verhuisde met de minderjarige naar een andere Nederlandse woonplaats.
De man verzocht in Nederland om echtscheiding en vaststelling hoofdverblijfplaats bij hem. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is voor het echtscheidingsverzoek vanwege litispendentie en erkenning van de Russische uitspraak. Voor de hoofdverblijfplaats is de Nederlandse rechter wel bevoegd, omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is.
Het hof bevestigt dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en continuering van de huidige situatie zwaar weegt. De hoofdverblijfplaats blijft bij de man, conform het ouderschapsplan. Verzoeken van de vrouw tot verhuizing en verklaring voor recht worden niet-ontvankelijk verklaard. Het ouderschapsplan wordt aan de beschikking gehecht en de kosten worden ieder door eigen partij gedragen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd voor het echtscheidingsverzoek en bekrachtigt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader.