ECLI:NL:GHAMS:2018:2181
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, op 7 november 2017. De dagvaarding was niet persoonlijk aan de verdachte betekend, maar hij was voorafgaand aan de zitting op de hoogte van de datum van de terechtzitting.
Volgens artikel 408, eerste lid aanhef en onder c van het Wetboek van Strafvordering moet het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien de verdachte vooraf op de hoogte was van de datum van de terechtzitting. De verdachte stelde het hoger beroep echter pas op 6 december 2017 in, ruim na de termijn.
Het hof stelde vast dat er geen omstandigheden waren die een termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 24 mei 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet tijdig instellen binnen veertien dagen.