ECLI:NL:GHAMS:2018:2217
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late instelling in kinderalimentatiezaak
In deze civiele zaak ging het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van 26 mei 2010 waarin hij werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie voor zijn minderjarige kind. De man stelde dat hij pas in 2017 via een paspoortsignalering kennis had genomen van de betalingsverplichting.
Het hof onderzocht of het hoger beroep tijdig was ingesteld. Volgens artikel 806 Rv Pro moet hoger beroep binnen drie maanden na betekening of bekendwording worden ingesteld. De beschikking was op 7 juni 2010 door een deurwaarder betekend aan het inschrijvingsadres van de man, maar niet persoonlijk. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, omdat de vrouw niet kon vermoeden dat de man niet op dat adres woonde of de post niet zou ontvangen, ondanks zijn verblijf in het buitenland.
Daarom begon de beroepstermijn op 7 juni 2010 en had het hoger beroep uiterlijk op 7 september 2010 moeten worden ingesteld. De man kwam pas op 14 september 2017 in hoger beroep, wat te laat was. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en wees zijn verzoeken af.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens te late instelling.