ECLI:NL:GHAMS:2018:2228
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen beslissing voorzitter kamer gerechtsdeurwaarders
Klaagster heeft bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders een klacht ingediend tegen twee gerechtsdeurwaarders. De plaatsvervangend-voorzitter van deze kamer wees de klacht op 17 oktober 2017 af als kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof heeft beoordeeld of klaagster ontvankelijk is in dit hoger beroep. Volgens artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet kan tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer alleen binnen veertien dagen schriftelijk verzet worden gedaan bij dezelfde kamer. Tegen deze beslissing staat geen ander rechtsmiddel open.
Omdat klaagster niet heeft voldaan aan deze procedurele vereiste, verklaart het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Zowel klaagster als de geïntimeerden waren niet aanwezig bij de zitting. Het hof baseert zich op de stukken en de wettelijke bepalingen en spreekt de beslissing uit in het openbaar op 3 juli 2018.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.