ECLI:NL:GHAMS:2018:2229
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing klacht gerechtsdeurwaarder
Klaagster diende bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder. De plaatsvervangend-voorzitter van deze kamer wees de klacht op 8 augustus 2017 als kennelijk ongegrond af. Klaagster kwam hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en constateerde dat volgens artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet alleen verzet mogelijk is tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving. Een ander rechtsmiddel, zoals hoger beroep, staat niet open.
Daarom verklaarde het hof klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De zitting vond plaats op 13 juni 2018, waarbij geen van de partijen verschenen was. Het vonnis werd op 3 juli 2018 uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van haar klacht.