Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[appellante sub 1],
[appellant sub 2],
[appellante sub 3],
[appellant sub 4],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
overwegende:
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen de erfgenamen van [X] en Better Mind over de kwalificatie van de overeenkomst en de betaling van beloning na faillissement en overdracht van Better Life aan Better Mind.
[X] werkte als hoofdbehandelaar/psychiater op basis van een overeenkomst van opdracht met Better Life, welke na faillissement werd voortgezet door Better Mind. De kantonrechter oordeelde dat de relatie een overeenkomst van opdracht was, met toepassing van het BBA (oud). De erfgenamen stelden in hoger beroep primair dat sprake was van een arbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst tussen partijen een overeenkomst van opdracht is gebleven, mede gelet op de oorspronkelijke intenties, de uitvoering en omstandigheden. Better Mind had de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn. De vorderingen van de erfgenamen tot betaling van loon over de opzegtermijn en periode tot september 2013 werden grotendeels toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten in eerste aanleg. Het hof vernietigde het bestreden vonnis en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht en veroordeelt Better Mind tot betaling van € 57.417,- plus rente en kosten.