ECLI:NL:GHAMS:2018:2291

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
5 juli 2018
Zaaknummer
23-003120-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een personenauto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de tenlastelegging opnieuw bewezen verklaard.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 14 maart 2017 te Amsterdam met een ongeldig verklaard rijbewijs reed. De verdachte werd strafbaar geacht op grond van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten.

Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die een positief beeld schetsen. Daarom werd een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken opgelegd, naast een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. Het hof wilde hiermee de verdachte stimuleren zijn positieve levenswending voort te zetten.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juli 2018.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken en een taakstraf van 60 uren wegens rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003120-17
datum uitspraak: 3 juli 2018
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-050733-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2018.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 maart 2017 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten de categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Droogbak, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 14 maart 2017 te Amsterdam, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten de categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Droogbak, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een personenauto bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Door aldus te handelen heeft de verdachte de regels die gelden in het verkeer en die de verkeersveiligheid dienen, genegeerd. Bovendien heeft de verdachte te kennen gegeven geen respect te hebben voor de instanties belast met het handhaven van de regels inzake de geldigheid van rijbewijzen.
In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hij daar zelf ter terechtzitting over heeft verklaard, een positief beeld schetsen. De verdachte lijkt zijn leven weer op de rit te hebben. De verdachte ziet naar eigen zeggen de ernst van het onderhavige feit in. Bovendien heeft de verdachte sinds dit feit geen aantoonbare aanvaringen met justitie meer gehad.
Teneinde de verdachte een extra impuls te geven de door hem ingeslagen weg te vervolgen en die niet te doorkruisen, zal het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. Daarnaast acht het hof een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. R.D. van Heffen en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2018.
[...]