Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende klachten in tegen een notaris wegens vermeende feitelijke onjuistheden in een akte van boedelbeschrijving. De klachten betroffen een akte van 15 mei 2013, opgesteld door de notaris na een beschikking van de kantonrechter. Klager had reeds in 2013 klachten ingediend, waarmee hij op dat moment kennis droeg van het handelen van de notaris.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klachten niet-ontvankelijk omdat de klachten pas in 2017 werden ingediend, ruim na het verstrijken van de driejaarstermijn die geldt voor het indienen van klachten tegen een notaris. Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat de termijn begint te lopen vanaf het moment dat klager kennis heeft of redelijkerwijs kan hebben van het handelen van de notaris, niet pas bij het besef dat dit handelen klachtwaardig is.
Het beroep van klager op voortschrijdend inzicht werd verworpen. De klachten waren derhalve te laat ingediend en het hof zag geen reden om hiervan af te wijken. De beslissing van de kamer werd bevestigd en de klachten werden definitief niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De klachten tegen de notaris zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke driejaarstermijn.