Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:2327

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 juni 2018
Publicatiedatum
9 juli 2018
Zaaknummer
23-003545-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 lid 5 SvArt. 422 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mishandeling kind wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was vrijgesproken van mishandeling van zijn kind. De tenlastelegging betrof mishandeling door aan de haren trekken en/of het hoofd tegen een hard voorwerp slaan of duwen op of omstreeks 5 juni 2017 in Amsterdam.

Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de eerdere vrijspraak van mishandeling van een ander kind, omdat hoger beroep tegen die vrijspraak niet openstaat. Voor het overige vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

Na onderzoek van het summiere dossier en de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte feiten en omstandigheden, oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte de mishandeling had gepleegd. De hectische gezinssituatie op de datum van het incident bood onvoldoende aanknopingspunten om het ten laste gelegde te bewijzen.

Daarom sprak het hof verdachte vrij van de mishandeling van zijn kind. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 juni 2018.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling van zijn kind wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003545-17
datum uitspraak: 21 juni 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 september 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-118767-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte

Het hof leest de tenlastelegging op deze manier dat de daar omschreven delicten dienen te worden begrepen als impliciet cumulatief ten laste gelegd. De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van de mishandeling van [slachtoffer 1]. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is dus mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak.
Gelet op het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak ter zake van de mishandeling van [slachtoffer 1] op 5 juni 2017 in Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voorzover nog aan de orde in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 juni 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland zijn kind, [slachtoffer 2], heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] aan haar haren te trekken en/of haar hoofd tegen een hard voorwerp te slaan, althans te duwen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Op 5 juni 2017 was sprake van een hectische gezinssituatie. Naar het oordeel van het hof is uit de stukken van het (summiere) dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet komen vast te staan dat de verdachte hetgeen hem ten laste is gelegd, heeft begaan.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover nog inhoudelijk aan de orde – en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. F.M.D. Aardema en mr. F.G. Hijink, in tegenwoordigheid van
mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
21 juni 2018.
mr. F.M.D. Aardema en mr. F.G. Hijink zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.