Op 4 augustus 2016 heeft de verdachte te Amsterdam tubes tandpasta weggenomen uit een Albert Heijn supermarkt met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De tenlastelegging werd in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam onderzocht na een vonnis van de politierechter uit februari 2018.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd, maar sprak hem vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde werd bevestigd, evenals de strafbaarheid van de verdachte zelf. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd.
De politierechter had een voorwaardelijke geldboete van 220 euro met een proeftijd van twee jaar opgelegd. De advocaat-generaal had een lagere boete gevorderd. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden, de eerdere veroordelingen van de verdachte en zijn draagkracht en bevestigde de voorwaardelijke geldboete van 220 euro.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 juli 2018. De geldboete zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.