Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:2329

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 juli 2018
Publicatiedatum
9 juli 2018
Zaaknummer
23-000742-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal tubes tandpasta uit supermarkt met vernietiging strafbeschikking

Op 4 augustus 2016 heeft de verdachte te Amsterdam tubes tandpasta weggenomen uit een Albert Heijn supermarkt met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De tenlastelegging werd in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam onderzocht na een vonnis van de politierechter uit februari 2018.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd, maar sprak hem vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde werd bevestigd, evenals de strafbaarheid van de verdachte zelf. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd.

De politierechter had een voorwaardelijke geldboete van 220 euro met een proeftijd van twee jaar opgelegd. De advocaat-generaal had een lagere boete gevorderd. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden, de eerdere veroordelingen van de verdachte en zijn draagkracht en bevestigde de voorwaardelijke geldboete van 220 euro.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 juli 2018. De geldboete zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 220 euro met een proeftijd van twee jaar voor diefstal van tubes tandpasta.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000742-18
datum uitspraak: 5 juli 2018
VERSTEK (niet-gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-160945-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juni 2018.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen acht (tubes)tandpasta, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn ([locatie]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 augustus 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen tubes tandpasta toebehorende aan Albert Heijn ([locatie]).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van 220 euro, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van 150 euro, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal door tubes tandpasta in zijn tas te stoppen en de kassa’s te passeren zonder te betalen. Dit is een vervelend strafbaar feit dat overlast en schade toebrengt aan de gedupeerde supermarkt.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 juni 2018 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, maar veelal terzake andersoortige en oudere strafbare feiten.
Het hof acht, alles afwegende en rekening houdend met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, een voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Bij de vaststelling van deze geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigtde eerder uitgevaardigde
strafbeschikkingmet CJIB-nummer 2132 5420 0268 3230.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 220,00 (tweehonderdtwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. F.M.D. Aardema en mr. F.G. Hijink, in tegenwoordigheid van
mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 juli 2018.
mr. F.M.D. Aardema en mr. F.G. Hijink zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[...]