Uitspraak
Procesgang
€ 35.199,00.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 9 maart 2018 het vonnis van de politierechter in hoger beroep bevestigd. De verdachte werd veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro B en C van de Opiumwet en diefstal door middel van verbreking.
De zaak betrof het aantreffen van een professioneel ingerichte hennepkwekerij in de woning van de verdachte met 434 hennepplanten. Het hof verwierp het verweer van de raadsman over de hoeveelheid, soort hennep en kweekperiode. Ook werd het beroep op een vormverzuim inzake de wijze van bemonstering en onderzoek afgewezen.
Het hof oordeelde dat de ontnemingsvordering van €35.199,38 terecht was opgelegd en dat het intrekken van de horecavergunning door de burgemeester geen strafrechtelijke vervolging uitsloot. De vordering tot ontneming is een reparatoire maatregel en geen strafrechtelijke sanctie.
De bewijsvoering was gebaseerd op politieonderzoek, proces-verbaal en laboratoriumtesten die de aanwezigheid van THC bevestigden. Het hof concludeerde dat de bewijsmiddelen rechtmatig waren verkregen en dat de verdachte terecht werd veroordeeld.
Uitkomst: Bevestiging van de veroordeling en ontnemingsvordering van €35.199,38 wegens opzettelijke overtreding Opiumwet en diefstal.