De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het beledigen van zijn homoseksuele buurman door hem onder meer uit te schelden voor "vieze vuile flikker". In hoger beroep vernietigde het hof het eerdere vonnis en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 6 mei 2016 in Amsterdam deze beledigende woorden heeft gebruikt in het bijzijn van het slachtoffer en diens partner.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende overtuigend was, mede omdat de aangifte werd ondersteund door de partner van het slachtoffer, die als niet onafhankelijk werd beschouwd. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verklaringen concreet en betrouwbaar waren en dat het feit dat de getuige partner was, niet automatisch de betrouwbaarheid ondermijnt.
Het hof benadrukte het discriminerende karakter van de belediging, die het wezen van het slachtoffer aantast en ingaat tegen maatschappelijke normen. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van de verdachte, die niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld, legde het hof een geldboete van €250 op, bij niet betaling te vervangen door vijf dagen hechtenis.
De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c en 266 van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 juli 2018.