ECLI:NL:GHAMS:2018:2603
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortzetting huurovereenkomst woonruimte ondanks opzegging en onderhoudsgeschil
In deze zaak stond de vraag centraal of een huurovereenkomst voor woonruimte, aangegaan voor vijf jaar, kon worden beëindigd op grond van dringend eigen gebruik en vermeende tekortkomingen van de huurders. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd wegens vermeend wanbeheer en de noodzaak tot renovatie van het pand.
Het hof stelde vast dat de huurovereenkomst niet naar zijn aard van korte duur was en dat de verhuurder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van dringend eigen gebruik. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de huurders zich niet als goed huurders hadden gedragen, onder meer omdat de verhuurder voorafgaand aan de overeenkomst op de hoogte was van de onderverhuur en de gestelde overlast onvoldoende was bewezen.
Daarnaast oordeelde het hof dat een beding dat de huurders verplicht tot het betalen van renovatiekosten nietig is wegens strijd met dwingend recht. De verhuurder had onvoldoende bewijs geleverd van een structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten.
Het hof herstelde ambtshalve het verzuim van de kantonrechter door te bepalen dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt voortgezet en veroordeelde de verhuurder in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd voortgezet en de vorderingen tot beëindiging en ontruiming worden afgewezen.