ECLI:NL:GHAMS:2018:2613
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwikkeling huwelijkse voorwaarden en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2017 gescheiden. Het geschil betreft de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waaronder de verdeling van de woning, het bedrijfspand, de verrekening van winsten, rekening-courantschuld en partneralimentatie.
De vrouw verzocht onder meer betaling van opgepotte winsten en huurinkomsten, en wijziging van de voorlopige voorziening partneralimentatie. De man verzocht afwijzing van deze verzoeken en stelde onder meer dat de vrouw geen recht heeft op verrekening van de rekening-courantschuld en dat het vervalbeding in de huwelijkse voorwaarden van toepassing is.
Het hof oordeelde dat de woning verkocht moet worden met verrekening van hypotheken, het bedrijfspand aan de man wordt toegedeeld met een vergoeding aan de vrouw, de rekening-courantschuld ten laste van de man blijft, geen verrekening van opgepotte winsten plaatsvindt, en de partneralimentatie wordt vastgesteld op een lager bedrag dan de rechtbank had bepaald. Het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening werd afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking van de rechtbank en bepaalt de verkoop van de woning, toedeling van het bedrijfspand aan de man met vergoeding aan de vrouw, bevestigt de rekening-courantschuld bij de man, wijzigt de partneralimentatie en wijst het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening af.