ECLI:NL:GHAMS:2018:2781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling na hoger beroep ondanks arbeidsongeschiktheid
Appellanten zijn in eerste aanleg afgewezen voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens vrees dat zij hun verplichtingen niet zouden nakomen. In hoger beroep hebben zij aangevoerd dat hun huidige niet-werkzame situatie het gevolg is van ernstige medische klachten en dat zij door de Dienst Werk en Inkomen (DWI) zijn ontheven van de sollicitatieplicht tot mei 2019.
Het hof heeft vastgesteld dat appellanten een stabiele schuldsituatie hebben met een totaal van circa €39.154,44 aan schulden, waarvan de grootste schuld uit 2004 dateert. Medische stukken en de ontheffing van sollicitatieplicht door DWI ondersteunen dat appellanten momenteel niet kunnen werken of solliciteren. De schuldhulpverlener bevestigt dat zij hun afspraken nakomen.
Op grond hiervan acht het hof het aannemelijk dat appellanten de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zullen nakomen. Het hof wijst het hoger beroep toe, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing. Appellanten worden erop gewezen dat zij bij beëindiging van de regeling tien jaar geen gebruik meer kunnen maken van deze regeling en dat zij zich moeten houden aan de instructies van de bewindvoerder en rechter-commissaris.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep toe en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten.