In deze civiele zaak vordert appellant betaling van een restant koopprijs van een in 2006 verkochte personenauto. Appellant stelt dat geïntimeerde slechts een deel van de koopprijs heeft voldaan en ondanks herhaalde aanmaningen in gebreke blijft met betaling van het resterende bedrag.
De kantonrechter wees de vordering af op grond van het verjaringsverweer van geïntimeerde. Appellant stelt in hoger beroep dat deelbetalingen de verjaring stuiten en dat het verjaringsverweer daarom niet slaagt. Het hof overweegt dat deelbetalingen in het algemeen, behoudens bijzondere omstandigheden, niet de erkenning inhouden van meer dan het daadwerkelijk betaalde bedrag en dat in deze zaak geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken.
De brief van appellant uit 2015 kan de verjaring niet stuiten omdat deze te laat is verzonden. Het hof wijst het beroep op verjaring toe, bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep. Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd omdat dit geen ander oordeel kan opleveren.