ECLI:NL:GHAMS:2018:3128
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsbeëindiging en eenhoofdig gezag over minderjarige
Partijen zijn in 2002 gehuwd in Irak en hebben een minderjarige zoon uit dit huwelijk. Het huwelijk is in 2014 ontbonden en de minderjarige verblijft bij de moeder. De moeder verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van het gezag aan haar alleen. De rechtbank heeft dit toegewezen, maar de vader is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.
De vader woont sinds 2016 in Irak en onderhoudt volgens hem regelmatig contact met de minderjarige via telefoon en WhatsApp. De moeder betwist dit en stelt dat de vader geen contact met haar onderhoudt en dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is vanwege de gebrekkige communicatie en het verblijf van de vader in het buitenland.
Het hof constateert dat de verhouding tussen de ouders ernstig verstoord is en dat er onvoldoende informatie is om een definitieve beslissing te nemen. Daarom verzoekt het hof de Raad voor de Kinderbescherming om nader onderzoek te doen naar het belang van het kind, de communicatie tussen ouders en de situatie rondom het gezag. De behandeling wordt aangehouden tot het rapport van de raad is ontvangen.
Uitkomst: De beslissing over het gezag wordt aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht nader onderzoek te verrichten.