ECLI:NL:GHAMS:2018:3207
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen toegevoegd gerechtsdeurwaarder wegens executoriaal beslag
Klaagster diende een klacht in tegen een toegevoegd gerechtsdeurwaarder omdat zij onterecht werd betrokken in een conflict tussen de schuldenaar en een derde partij. Zij werd bedreigd met executoriale verkoop van haar eigendommen, terwijl zij stelde dat hiervoor geen grondslag bestond.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht ongegrond. Klaagster ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde de beslissing van de kamer. Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder op basis van eigen waarnemingen en informatie gerechtvaardigd kon vermoeden dat de schuldenaar op het adres van klaagster woonde en dat de beslaglegging daarom niet in strijd was met het tuchtrecht.
Daarnaast wees het hof een nieuwe klacht die klaagster in hoger beroep indiende af wegens niet-ontvankelijkheid. De civiele rechter had reeds geoordeeld over het executiegeschil, waarbij werd vastgesteld dat de schuldenaar mede-eigenaar was van de in beslag genomen goederen.
Het hof concludeerde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde daarom de bestreden beslissing.
Uitkomst: De klacht van klaagster tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing is bevestigd.