ECLI:NL:GHAMS:2018:3211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen gerechtsdeurwaarder wegens onjuist dwangbevel en onterecht beslag
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de klacht van een klager tegen een gerechtsdeurwaarder behandeld. De klager stelde dat de gerechtsdeurwaarder een onjuist dwangbevel had betekend terwijl de hoofdsom reeds was voldaan, en dat er onterecht beslag was gelegd op zijn zorgtoeslag. De gerechtsdeurwaarder erkende fouten in de behandeling van het dossier, waaronder het voortzetten van het incassotraject ondanks kennis van betaling en het niet adequaat reageren op bezwaren van de klager.
De feiten tonen aan dat het dwangbevel op 8 juni 2015 werd betekend, terwijl de betaling al op 1 juni 2015 door het CJIB was ontvangen. Klager heeft meerdere malen schriftelijk bezwaar gemaakt en contact gezocht met de gerechtsdeurwaarder, maar kreeg onvoldoende inhoudelijke reacties. Desondanks werd beslag gelegd op de zorgtoeslag van klager gedurende vijf maanden.
Het hof oordeelde dat het handelen van de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar was en dat het incassotraject had moeten worden beëindigd zodra bekend was dat de hoofdsom was voldaan. De klacht werd gegrond verklaard, de eerdere opgelegde geldboete van €2.500 werd vernietigd en vervangen door een berisping met aanzegging. Tevens werd de gerechtsdeurwaarder veroordeeld tot betaling van de kosten van klager en de kosten van behandeling van de klacht in hoger beroep.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder is gegrond verklaard, de geldboete vernietigd en een berisping opgelegd met kostenveroordeling.