ECLI:NL:GHAMS:2018:3242

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 september 2018
Publicatiedatum
6 september 2018
Zaaknummer
200.222.273/01, 200.223.101/01, 200.223.248/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 401a RvArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan onmiddellijk cassatieberoep tegen tussenarrest over Nederlandse rechtsmacht

In deze civiele zaak tussen meerdere partijen, waaronder een natuurlijke persoon en diverse rechtspersonen gevestigd in Portugal en de Britse Maagdeneilanden, heeft het hof Amsterdam bij een tussenarrest van 14 augustus 2018 de Nederlandse rechter rechtsmacht toegekend over de vorderingen tegen een in Nederland gevestigde vennootschap en aanverwante vorderingen. Tevens wees het hof een incidentele vordering af vanwege te algemene formulering.

Na dit tussenarrest verzocht appellant [X] het hof om op grond van artikel 401a lid 2 Rv toe te staan dat onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing over de rechtsmacht. Dit verzoek werd gesteund door andere partijen, terwijl geïntimeerde PTV zich hiertegen verzette.

Het hof oordeelde dat het om proceseconomische redenen aangewezen is om onmiddellijk cassatieberoep toe te staan, zodat het gehele tussenarrest vatbaar is voor cassatie. Het hof bepaalde daarom bij dit arrest van 4 september 2018 dat tegen het tussenarrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.

Uitkomst: Het hof staat toe dat onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen het tussenarrest over de Nederlandse rechtsmacht.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummers: 200.222.273/01, 200.223.101/01, 200.223.248/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/605112/HA ZA 16-330
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 september 2018
in de zaak met zaaknummer 200.222.273/01 van
[X],
wonend te [woonplaats] ( [land] ),
appellant,
advocaat: mr. J.F. Ouwehand te Amsterdam,
tegen:
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
en in de zaak met zaaknummer 200.223.101/01 van

1.[Y] ,

wonend te [woonplaats] ( [land] ),
2. de rechtspersoon naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
TOKEYNA MANAGEMENT LIMITED,
gevestigd te Tortola (Britse Maagdeneilanden),
appellanten in het principale beroep,
geïntimeerden in het incidentele beroep,
advocaat: mr. R. Schellaars te Amsterdam,
tegen:
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
geïntimeerde in het principale beroep,
appellante in het incidentele beroep,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
en in de zaak met zaaknummer 200.223.248/01 van
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
appellante,
eiseres in het incident tot voeging,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNITEL INTERNATIONAL HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
verweerster in het incident tot voeging,
advocaat: mr. R. Schellaars te Amsterdam.

1.Het verdere verloop van het geding

1.1
Partijen worden hierna wederom [Y] , UIH, Tokeyna, [X] en PTV genoemd.
1.2
Bij zijn tussenarrest van 14 augustus 2018 heeft het hof het tussenvonnis bekrachtigd, waarbij de rechtbank heeft beslist dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ter zake van de vordering tegen UIH, die in Nederland is gevestigd, en dat de vorderingen tegen [Y] , Tokeyna en [X] voldoende samenhang hebben met de vordering tegen UIH om ter zake van die vorderingen eveneens rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen, en de incidentele vordering ex art. 843a Rv heeft afgewezen op de grond dat, kort gezegd, de formulering daarvan te algemeen en onbepaald is.
1.3
Bij brief van haar advocaat van 21 augustus 2018 heeft [X] het hof erop gewezen dat het niet heeft beslist op het verzoek van [X] , bij memorie van grieven gedaan, om op de voet van artikel 401a lid 2 Rv te bepalen dat tegen het arrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld voor zover het de beslissing betreft over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. [X] heeft het hof verzocht om bij aanvullend arrest alsnog onmiddellijk cassatieberoep toe te staan.
1.4
PTV heeft zich bij brief van haar advocaat van 22 augustus 2018 tegen toewijzing van het verzoek verzet. [Y] , UIH en Tokeyna hebben het verzoek van [X] bij brief van hun advocaat van 23 augustus 2018 gesteund en erop gewezen dat zij bij hun eigen memorie van grieven eenzelfde verzoek hebben gedaan. PTV heeft zich daarop bij brief van haar advocaat van 21 augustus 2018 ook tegen toewijzing van het verzoek van [Y] , UIH en Tokeyna verzet.

2.Beoordeling

2.1
Het is juist dat het hof bij zijn tussenarrest van 14 augustus 2018 niet heeft beslist op het verzoek om onmiddellijk cassatieberoep van zijn beslissing over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter open te stellen. Het hof zal bij dit aanvullende arrest alsnog op dit verzoek beslissen.
2.2
Het hof is van oordeel dat het om proceseconomische redenen aangewezen is dat van het tussenarrest onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld. Het verzoek van [X] , [Y] , UIH en Tokeyna zal daarom worden toegewezen. Daarbij wordt aangetekend dat deze beslissing impliceert dat het tussenarrest in zijn geheel vatbaar zal zijn voor cassatie.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen tussenarrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.W.M. Tromp en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 september 2018.