ECLI:NL:GHAMS:2018:3251
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarders wegens onzorgvuldig betekenen dagvaarding
In deze civiele zaak stond een klacht centraal tegen twee gerechtsdeurwaarders die onzorgvuldig zouden hebben gehandeld door een dagvaarding die niet voor de ontvanger bestemd was in diens brievenbus achter te laten. Klager vond dat hiermee vertrouwelijke informatie onzorgvuldig werd behandeld en dat hij onterecht om een dossiernummer werd gevraagd bij navraag.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd. In hoger beroep stelde het hof vast dat klager voldoende eigen belang had om ontvankelijk te zijn in zijn klacht, omdat het achterlaten van een vertrouwelijk exploot in een verkeerde brievenbus een schending van ambtsplichten kan zijn.
Het hof oordeelde echter dat het hier om een incidentele fout ging zonder aanwijzingen voor structurele onzorgvuldigheid of handelen tegen beter weten in. Ook het vragen naar een dossiernummer aan een niet-betrokkene werd niet als tuchtrechtelijk laakbaar beoordeeld, gezien de gebruikelijke werkwijze binnen gerechtsdeurwaarderskantoren.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beslissing en verklaarde de klachten tegen beide gerechtsdeurwaarders ongegrond. De berisping werd daarmee opgeheven.
Uitkomst: Het hof vernietigt de berisping en verklaart de klachten tegen de gerechtsdeurwaarders ongegrond.