ECLI:NL:GHAMS:2018:3302
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs winkeldiefstal Albert Heijn
Op 27 mei 2017 werd verdachte verdacht van het stelen van levensmiddelen en toiletartikelen uit een Albert Heijn-filiaal te Amsterdam. Volgens de beveiliger had verdachte goederen vanuit een winkelmandje in zijn tas gedaan zonder deze af te rekenen. Verdachte erkende dat de goederen in zijn tas niet waren afgerekend, maar verklaarde dat dit per ongeluk was doordat hij werd afgeleid.
De politierechter veroordeelde verdachte aanvankelijk, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal die een voorwaardelijke geldboete met proeftijd vorderde, maar oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
Het hof overwoog dat de verklaring van de beveiliger niet werd ondersteund door ander bewijs en dat de ontkenning van verdachte geloofwaardig was. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging winkeldiefstal en vernietigde tevens de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor winkeldiefstal.