ECLI:NL:GHAMS:2018:3314
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van zes maanden na beperkt hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 12 september 2018 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2018. Verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van feiten 1 en 5, maar veroordeeld voor feiten 2 primair, 3 en 4 tot een gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest. Tegen deze veroordeling is beperkt hoger beroep ingesteld.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 29 augustus 2018 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van verdachte en zijn raadsman. De advocaat-generaal verzocht bevestiging van het vonnis. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, bevestigd.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam bestaande uit de rechters F.A. Hartsuiker, M.M.H.P. Houben en M. Iedema. De voorzitter was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak bevestigt de eerdere strafoplegging en beëindigt het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest.