Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:3340

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 juli 2018
Publicatiedatum
19 september 2018
Zaaknummer
23-004279-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 266 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging jeugddetentie van 14 dagen voor belediging politieagent

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een jeugddetentie van 14 dagen wegens het beledigen van een politieagent tijdens diens dienst. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, waarbij de raadsman verzocht om de straf in voorwaardelijke zin op te leggen.

Het hof heeft de zaak op 28 juni 2018 behandeld en oordeelde dat de opgelegde straf passend en geboden is, mede gelet op de ernst van het feit, de persoon van de verdachte en de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd. De verdachte is geen first offender en heeft eerder onherroepelijke veroordelingen, weigert mee te werken aan hulpverlening en het uitvoeren van werkstraffen of het betalen van geldboetes.

Het hof ziet geen aanleiding om de straf voorwaardelijk op te leggen, omdat er geen persoonlijke omstandigheden zijn die een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf buitengewoon onwenselijk maken. Bovendien benadrukt het hof het belang van de educatieve functie van het jeugdstrafrecht, waarbij daadwerkelijk een straf moet volgen op ontoelaatbaar gedrag.

Daarom bevestigt het hof het vonnis van de kinderrechter, waarbij de strafmotivering is vervangen en aangevuld met relevante wetsartikelen. De opgelegde jeugddetentie van 14 dagen blijft van kracht.

Uitkomst: Jeugddetentie van 14 dagen onvoorwaardelijk bevestigd voor belediging van politieagent.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004279-17
datum uitspraak: 12 juli 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 5 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-205690-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
  • de strafmotivering vervangt door de navolgende en
  • de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met artikel 63 en Pro artikel 266 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Oplegging van straf

Vonnis van de kinderrechter en standpunten van de partijen
De kinderrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een jeugddetentie van 14 dagen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft verzocht, indien aan de verdachte jeugddetentie wordt opgelegd, dat in voorwaardelijke vorm te doen.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft met zeer grove bewoordingen een politieagent beledigd tijdens de uitoefening van zijn functie, waarmee hij het gezag en de integriteit van deze ambtenaar heeft aangetast.
Bij de oplegging van de straf heeft het hof acht geslagen op de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd. Bij de vaststelling van deze oriëntatiepunten wordt uitgegaan van het modale feit gepleegd door
first offenders. Voor belediging van een ambtenaar in functie is het oriëntatiepunt 25 uur taakstraf.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 juni 2018 is hij eerder ter zake van andersoortige feiten onherroepelijk veroordeeld. Het hof merkt de verdachte dan ook niet aan als
first offender.
Ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte al geruime tijd geen onderwijs volgt en niet van plan is daar in de nabije toekomst verandering in te brengen. De verdachte werkt in het geheel niet mee aan voor hem ingezette hulpverlening. Hij heeft zich niet bereid verklaard tot het uitvoeren van werkstraffen. Eerder opgelegde werkstraffen heeft de verdachte laten mislukken en eerdere kansen om de werkstraf alsnog te verrichten heeft hij niet aangegrepen. Evenmin heeft de verdachte zich bereid verklaard om een eventueel op te leggen geldboete te voldoen. Hij werkt wel, maar wil zijn verdiende geld niet aan een boete besteden, aldus de verdachte.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft geadviseerd aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. De vertegenwoordigster van de Raad heeft ter terechtzitting in hoger beroep toegelicht dat bij de behandeling van een bezwaarschrift tegen de omzetting van een werkstraf – parketnummer 13-241015-16 – ter zake van overtreding van de Leerplichtplichtwet in april 2018 de verdachte een tweede kans had kunnen krijgen om alsnog een werkstraf te verrichten, maar dat hij toen ter terechtzitting heeft gezegd geen werkstraf te willen verrichten. Deze werkstraf is vervolgens ook omgezet in een vrijheidsstraf.
De door de kinderrechter opgelegde jeugddetentie correspondeert met een werkstraf die, mede gelet op de oriëntatiepunten, rekening houdend met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en het gegeven dat de verdachte geen
first offenderis, passend zou zijn. Nu is gebleken dat de verdachte niet bereid is een geldboete te voldoen dan wel een werkstraf uit te voeren, blijft als strafmodaliteit slechts een vrijheidsstraf over.
Het hof ziet, anders dan door de raadsman bepleit, geen aanleiding (een deel van) de straf in voorwaardelijke zin op te leggen. Er is niet gebleken van persoonlijke omstandigheden die maken dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf buitengewoon onwenselijk is. Daarnaast is van belang dat, mede gelet op de educatieve functie van het jeugdstrafrecht, op ontoelaatbaar handelen in beginsel daadwerkelijk een straf of maatregel volgt, zodat de gevolgen voor de jongere voelbaar zijn.
Het hof acht, alles afwegende, een jeugddetentie zoals door de kinderrechter opgelegd passend en geboden en zal ook dit onderdeel van het vonnis bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. F.G. Hijink en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 juli 2018.
Mr. F.G. Hijink en mr. N.R.A. Meerbeek zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[...]
.