ECLI:NL:GHAMS:2018:3470
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beroep op dwaling bij vaststellingsovereenkomst omgangsregeling
De man en vrouw, ouders van een minderjarige, hadden een omgangsregeling vastgesteld bij beschikking van 31 december 2013. Na diverse procedures en mediation tekenden zij op 20 januari 2017 een vaststellingsovereenkomst waarin een nieuwe omgangsregeling werd vastgelegd.
De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking die deze overeenkomst bekrachtigde en stelde dat hij bij het sluiten van de overeenkomst had gedwaald en onder druk was gezet. Hij voerde aan dat hij meer contact wilde dan de overeenkomst toestond en dat zijn advocaat niet betrokken was bij de mediation.
De vrouw betwistte de dwaling en stelde dat de man voldoende gelegenheid had gehad om vragen te stellen en zijn advocaat te raadplegen. Het hof overwoog dat het beroep op dwaling onvoldoende was onderbouwd, geen sprake was van dwaling in de zin van artikel 6:228 BW Pro, en dat ook het beroep op druk onvoldoende was gemotiveerd.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het beroep van de man af. De vaststellingsovereenkomst blijft daarmee onderdeel van de omgangsregeling tussen de man en de minderjarige.
Uitkomst: Het beroep op dwaling wordt afgewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.