Uitspraak
mr. J.M.H. van den Mosselaar, kantoorhoudende te Best,
Gerechtshof Amsterdam
Stichting Wonen Zuid verzocht de Ondernemingskamer om [A] per direct te ontslaan als lid van de raad van commissarissen op grond van artikel 33 lid 1 van Pro de Woningwet. Dit verzoek volgde op een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen [A] en de overige leden van de raad van commissarissen, mede veroorzaakt door conflicten met huurdersorganisaties en haar kandidatuur voor de gemeenteraad.
[A] was benoemd onder de voorwaarde dat zij haar gemeenteraadslidmaatschap zou neerleggen, wat zij deed. Desondanks ontstond een conflict dat leidde tot schorsing en het verzoek tot ontslag. [A] besloot geen verweer te voeren en verscheen niet bij de mondelinge behandeling.
De Ondernemingskamer oordeelde dat de vertrouwensbreuk en het niet adequaat functioneren gewichtige redenen zijn om het ontslag uit te spreken. Tevens speelde mee dat [A] zelf haar functie wilde beëindigen. Het verzoek tot ontslag werd toegewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ondernemingskamer ontslaat [A] per direct als commissaris van Stichting Wonen Zuid wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk.