Uitspraak
1.Inhoud van het verzoekschrift
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het verzoekschrift
De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een verzoek tot vergoeding van schade en kosten voortvloeiend uit voorlopige hechtenis en verzekering, alsmede een verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand in de procedure zelf. Verzoeker was verdachte van poging tot diefstal in vereniging, waarvoor hij op 4 oktober 2016 in verzekering werd gesteld en op 5 oktober 2016 voorlopige hechtenis werd bevolen. Deze voorlopige hechtenis werd op 10 december 2016 geschorst, waarna verzoeker in vrijheid werd gesteld. De strafzaak eindigde met vrijspraak van de diefstal en een voorwaardelijke geldboete voor eenvoudige belediging, waarvoor geen voorlopige hechtenis was toegelaten.
Op grond van artikel 89 Sv Pro kan vergoeding worden toegekend indien de zaak eindigt zonder strafoplegging voor het feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegepast. Het hof achtte gronden van billijkheid aanwezig en kende een vergoeding toe van € 5.385,00 voor de verzekering en voorlopige hechtenis, waarbij verrekening plaatsvond met openstaande bedragen bij het CJIB. Het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage van € 143,00 voor rechtsbijstand in de schadevergoedingsprocedure werd afgewezen, omdat de strafzaak zelf niet eindigde zonder straf of maatregel en de advocaat een nagenoeg gelijk bedrag kon declareren bij de raad.
De beschikking werd uitgesproken door de enkelvoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 september 2018, waarbij de voorzitter mr. R.D. van Heffen de beschikking ondertekende en de onverwijlde betekening aan verzoeker beval.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage in de procedure wordt afgewezen, maar vergoeding voor verzekering en voorlopige hechtenis wordt toegekend.