Partijen zijn in 2007 in Polen gehuwd en hebben twee kinderen. De man diende in september 2016 een echtscheidingsverzoek in Polen in, waarop de vrouw in november 2016 een verzoek in Nederland indiende. De rechtbank in Polen verklaarde zich bevoegd in februari 2017. De Nederlandse rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde kinderalimentatie vast.
De man kwam in hoger beroep tegen de Nederlandse beschikking en stelde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was vanwege litispendentie. De vrouw voerde aan dat zij goede redenen had het verzoek in Nederland in te dienen. Het hof onderzocht de bevoegdheid aan de hand van Verordening Brussel II-bis en de Alimentatieverordening.
Het hof oordeelde dat de Poolse rechter zich bevoegd heeft verklaard en dat de Nederlandse rechter de zaak moet aanhouden of doorverwijzen. De echtscheiding in Nederland wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar de Poolse rechtbank. Beslissingen over hoofdverblijfplaats van de kinderen en kinderalimentatie worden aangehouden totdat de Poolse rechter zijn bevoegdheid bevestigt.