ECLI:NL:GHAMS:2018:382
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen politie wegens vermeende mishandeling tijdens fouillering
Klager werd op 23 november 2015 aangehouden nadat hij zich bemoeide met de aanhouding van een bedelaar en weigerde zijn legitimatie te tonen. Tijdens zijn verblijf in het politiebureau, terwijl hij nog geboeid was, beweerde klager dat een politieagent hem mishandeld had door hem met zijn hoofd hard tegen een muur te duwen.
De politie ontkende mishandeling en verklaarde dat het geweld beperkt was tot het uitoefenen van druk op de hals/nek om klager onder controle te krijgen nadat hij zich verzette en niet meewerkte bij het losmaken van zijn handboeien. Getuigenverklaringen en camerabeelden ondersteunden deze lezing.
Het hof oordeelde dat het geweld proportioneel was en binnen de toegestane bevoegdheden van politie viel. Er was geen bewijs van letsel of excessief geweld. Daarom was er geen grond voor strafrechtelijke vervolging van de betrokken agent en werd het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen politie wegens vermeende mishandeling wordt afgewezen omdat het toegepaste geweld proportioneel en passend was.