ECLI:NL:GHAMS:2018:384
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine in auto
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging dat hij op of omstreeks 1 juni 2017 in Amsterdam opzettelijk ongeveer 36,3 gram amfetamine aanwezig had in een auto. Tijdens een verkeerscontrole zat de verdachte als passagier op de achterbank van het voertuig waarin ook twee medeverdachten zaten. Bij de doorzoeking werd onder de achterbank een plastic zak met 34 gram amfetamine gevonden en in de rugtas van de verdachte een precisieweegschaal.
De advocaat-generaal vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen, stellende dat de verdachte op verdachte wijze over de achterbank schoof en de drugs in de auto aanwezig waren. Het hof oordeelde echter dat deze feiten onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te leveren dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de amfetamine en beschikkingsmacht daarover bezat.
Het hof benadrukte dat voor bewezenverklaring niet alleen beschikkingsmacht vereist is, maar ook wetenschap van de aanwezigheid van de drugs. Het enkele heen en weer schuiven op de achterbank en het aantreffen van een weegschaal in de rugtas waren onvoldoende om dat aan te tonen. Bovendien was de auto niet van de verdachte en bestuurde hij deze niet, hij was slechts passagier.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het bewijsverweer van de verdediging werd verworpen, maar dit was niet relevant voor de vrijspraak. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 februari 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine.