ECLI:NL:GHAMS:2018:3892
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling minderjarige wegens positieve ontwikkeling en medewerking moeder
De moeder van twee kinderen, waaronder de minderjarige [kind b], was geconfronteerd met een ondertoezichtstelling van [kind b] die begon vóór de geboorte vanwege zorgen over haar belaste verleden en psychische problematiek. De moeder oefent het gezag uit over beide kinderen, waarbij [kind a] sinds 2005 onder toezicht staat en sinds 2017 uit huis geplaatst is.
De ondertoezichtstelling van [kind b] was ingesteld omdat de moeder een borderline persoonlijkheidsstoornis en ADHD heeft, en er zorgen waren over haar vermogen om een veilige hechting met het kind te bewerkstelligen. De moeder werkte echter goed mee met ambulante hulpverlening en volgde diverse therapieën, waaronder EMDR en Theraplay, en had een ondersteunend netwerk.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de situatie van [kind b] positief was en dat de moeder adequaat reageerde op de hulpverlening. Het hof oordeelde dat de aanvankelijke gronden voor ondertoezichtstelling terecht waren, maar dat deze gronden inmiddels niet meer aanwezig zijn. Daarom werd de ondertoezichtstelling per heden opgeheven.
De moeder kreeg de kans om haar verantwoordelijkheid te tonen en de hulpverlening werd voortgezet in een vrijwillig kader. De beschikking werd vernietigd voor het deel vanaf heden, het verzoek van de raad voor die periode werd afgewezen, en de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige [kind b] wordt per heden opgeheven wegens positieve ontwikkeling en medewerking van de moeder.