Op 1 oktober 2014 werd verdachte aangehouden in Amsterdam met in de kofferbak van de door hem gebruikte huurauto ruim 2,59 kilo hennep en 2,31 kilo hasjiesj. Verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van deze verdovende middelen.
De politierechter veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis. Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof vernietigde het vonnis omdat de verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting niet was opgenomen in het proces-verbaal, en stelde een nieuwe bewezenverklaring vast.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde hoeveelheden softdrugs opzettelijk aanwezig had, waarbij het bezit van grote geldbedragen en meerdere telefoons in combinatie met de situatie in de auto en het feit dat verdachte de auto had schoongemaakt, indicaties waren voor kennis van de drugs.
Verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de drugs in de kofferbak, maar het hof verwierp dit. Gezien de hoeveelheid softdrugs en het ontbreken van strafrechtelijke antecedenten, legde het hof een taakstraf van 100 uur op, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarbij voorarrest in mindering wordt gebracht.