Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,ingekomen eveneens op 6 september 2018 (per fax);
Gerechtshof Amsterdam
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige zoon en de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling (GI) met betrekking tot medische toestemming.
De minderjarige verblijft sinds februari 2018 in een 24-uurs zorgaccommodatie vanwege een ernstige ontwikkelingsachterstand, gedragsproblemen en een zorgelijke thuissituatie. De GI heeft de uithuisplaatsing verlengd tot februari 2019 en het gezag gedeeltelijk overgenomen voor medische beslissingen, omdat de ouders aanvankelijk niet meewerkten aan noodzakelijke medische behandelingen en onderzoeken.
Het hof oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht en noodzakelijk is, gezien de complexe problematiek van de minderjarige en het belang van zijn verzorging en opvoeding. Ook is de gedeeltelijke gezagsuitoefening gerechtvaardigd vanwege het belang van tijdige medische beslissingen, waarbij de ouders onvoldoende meewerken.
De onderzoeksresultaten worden spoedig verwacht, maar de situatie vereist voortzetting van de maatregelen. Het hof bekrachtigt daarom beide bestreden beschikkingen en wijst de verzoeken van de ouders af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de GI voor medische toestemming.