Uitspraak
mr. L.C.J. Sprengers, kantoorhoudende te Utrecht,
mr. C. Nekemanen
mr. B. de Ruijter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
Het verloop van het geding
2 De feiten
Daarnaast is door de veranderingen, en doordat ambulances vaak niet volgens planning inzetbaar zijn, een hoge werkdruk ontstaan. De medewerkers hebben vanwege het hoge tempo van de veranderingen de indruk gekregen dat de directie onvoldoende op de hoogte is van wat er speelt op de werkvloer, en zijn het vertrouwen in hen kwijt. (…) Alles bij elkaar genomen blijkt minder dan de helft van de medewerkers van Ambulance Amsterdam tevreden over het werk.”
(…) AA is de afgelopen jaren overvraagd. Het was, terugkijkend, teveel tegelijk. AA is er onvoldoende in geslaagd om het tempo van de veranderingen aan te passen aan ‘rek’ in de organisatie. Dat heeft grote interne spanningen veroorzaakt: hoge werkdruk, onzekerheid over het toekomstperspectief, afnemend vertrouwen tussen organisatieonderdelen en weinig vertrouwen in leidinggevenden. De externe druk op AA om op alle fronten tot verbetering en vernieuwing te komen was de afgelopen jaren erg groot. En dat zal de komende jaren zo blijven (…)”.
(…) Tegelijkertijd is er een beperkte groep medewerkers, die hoge werkdruk ervaart en er ook last van heeft in termen van werkstress. De ernst van de klachten van deze groep is echter wel substantieel.” Vodemol geeft tien aanbevelingen voor beleid op het gebied van psychosociale arbeidsbelasting.
(…) dat in het verleden gemaakte keuzes m.b.t. nieuwe activiteiten niet in alle gevallen goed hebben uitgepakt en nu niet meer zo zouden worden gemaakt. Ook bevestig ik u dat het van groot belang is voor de medewerkers van Ambulance Amsterdam om werkstress te voorkomen, te voorzien in de benodigde scholing en de cao na te leven.” Ambulance Amsterdam heeft bij die brief een grote hoeveelheid stukken aan FNV doen toekomen.
1. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2017 zal een evaluatie tussen partijen plaatsvinden van de resultaten van het ingezette beleid van[Ambulance Amsterdam]
met name voor wat betreft werkdruk, scholing en Governance.
, zoals de CAO ook voorschrijft, met alle medewerkers een jaargesprek gevoerd (…). Een persoonlijk opleidingsplan (…) en loopbaangesprek en op basis daarvan een loopbaanplan (…) zal in de loop van 2017 worden gevoerd met alle werknemers.
aan FNV verschafte schriftelijke informatie over de resultaten (…)
(…) constateert [ [E] ] dat inhoudelijk afspraken zijn nagekomen en toont[hij]
zich niet ontevreden met de progressie die gemaakt is, m.n. ten aanzien van de terugdringing van overwerk. Tegelijkertijd ziet hij beleidsmaatregelen in voorbereiding dan wel in uitvoering waar het resultaat nog van moet blijken.”
(…) Belangrijkste kenmerk in de bekostiging van ambulancezorg is dat de beschikbaarheid van capaciteit centraal staat. Capaciteit betreft de inzet van directe medewerkers en wordt uitgedrukt in het aantal benodigde acht-uurs-diensten per week verdeeld naar dagdelen en dagsoorten. Eventuele effecten op die benodigde capaciteit als gevolg van volumeontwikkeling worden (inmiddels) in de bekostiging van jaar t+2 opgenomen. Andersom, de bekostiging in jaar t is gebaseerd op de capaciteit jaar t-2. (…) In de periode 2015 en 2016 bestond qua bekostiging tijdelijk een grotere afstand tot de relevante data in het capaciteitsmodel (2012) (…). In 2012 en 2014 is de productiegroei nihil (…). Feitelijk geldt hier dus ook t-2.”
(…) gelet op de stijging van het aantal ambulance-inzetten in onze regio met ruim 15% t.o.v. 2013, tegen een uitbreiding van de paraatheid met 8%. Omdat de bekostiging van het zorgvolume niet prospectief maar retrospectief wordt toegekend, loopt AA in opleiding van benodigde medewerkers steeds achter de feiten aan. Bovendien ontwikkelt de zorgvraag in Amsterdam sneller dan de opleidingscapaciteit bij AA aan kan.”. Om dit probleem het hoofd te kunnen bieden, heeft Ambulance Amsterdam een aanvraag bij het ministerie van VWS ingediend om deel te mogen nemen aan een pilot die beoogt de werkdruk op de acute ambulancezorg in de grote steden te verkleinen. Deze pilot behelst “
(…) een aanvullende vorm van zorgdifferentiatie voor de planbare ambulancezorg tussen de ALS-ambulance (high care) en de zorgambulance (low care): de Medium Care Ambulance.”. Volgens [C] wordt “
(…)[d]
e instroom van verpleegkundigen (…) door deze nieuwe zorgdifferentiatie verbreed en de duurzame inzetbaarheid van ambulanceverpleegkundigen (…) vergroot wanneer het werk in de acute zorg te zwaar wordt. Het is onze visie dat deze nieuwe zorgdifferentiatie nodig is om de stagnatie in de uitbreiding van de paraatheid vlot te trekken. Er zijn te weinig gespecialiseerde verpleegkundigen die opgeleid willen worden tot Ambulanceverpleegkundigen en de uitstroom van Ambulanceverpleegkundigen is te groot om de benodigde uitbreiding te realiseren (…)”. [C] heeft daarnaast het uitbreiden van de hulp van naastgelegen regio’s door gecoördineerde bovenregionale planbare zorg genoemd als initiatief om de werkdruk te verlagen.
(…), deze speelden ook reeds in 2016 toen de gesprekken gevoerd zijn die uitgemond zijn in een aantal concrete afspraken. Bij de FNV was het beeld ontstaan dat er sprake was van een serieuze bereidheid bij Ambulance Amsterdam om die onderwerpen waarover afspraken zijn gemaakt de hoogste prioriteit toe te kennen en resultaatgericht aan te gaan pakken. Het feit dat op een aantal essentiële punten dit niet is gelukt en zelfs een omgekeerde tendens waarneembaar is, doet bij FNV het vermoeden ontstaan dat u niet bereid bent om de afspraken en/of de cao na te komen.”
(…) erkent[Ambulance Amsterdam]
de arbeidsproblematiek binnen de ambulancezorg en heeft oog voor wat in de cao en het convenant is afgesproken. Ambulance Amsterdam doet er dan ook alles aan om de afspraken na te leven. Ambulance Amsterdam is net als FNV (…) teleurgesteld dat de arbeidsproblematiek desondanks aanhoudt. De door u genoemde punten hebben en houden dan ook de volle aandacht van Ambulance Amsterdam (…)”, waarna Ambulance Amsterdam inhoudelijk is ingegaan op de door FNV naar voren gebrachte punten.
3.De gronden van de beslissing
in control’ is over haar eigen activiteiten.