ECLI:NL:GHAMS:2018:405
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Arbitraal beding geldt ook voor amendement met agentuurrelatie
De rechtsvoorgangster van US Brands sloot in 2011 met UAE een distributieovereenkomst met een arbitrageclausule voor geschillen. In 2014 sloten partijen een amendement dat een agentuurrelatie introduceerde. US Brands vorderde betaling van een klantvergoeding op grond van dit amendement, maar UAE stelde de rechter onbevoegd wegens arbitrage.
Het hof oordeelt dat het amendement een aanpassing is van de distributieovereenkomst en dat het arbitragebeding ook daarop van toepassing is. De aard van het geschil (distributie of agentuur) is niet beslissend, maar of het voortvloeit uit de overeenkomst of amendement. Het dwingendrechtelijke karakter van agentuurregelingen staat arbitrage niet in de weg.
US Brands' stelling dat het arbitragebeding niet geldt voor het amendement wordt verworpen, evenals haar betoog dat zij het arbitragebeding niet vrijwillig heeft gesloten. Het bewijsaanbod is onvoldoende concreet om tot een ander oordeel te leiden.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter die zich onbevoegd verklaarde en veroordeelt US Brands in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaarde en veroordeelt US Brands in de proceskosten.