ECLI:NL:GHAMS:2018:4135
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige en benoeming voogd
De minderjarige is kort na geboorte uit huis geplaatst en verblijft sindsdien in een perspectiefbiedend pleeggezin. De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beëindiging van hun gezag, maar het hof bevestigt dat zij niet in staat zijn een stabiele opvoedsituatie te bieden.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling hebben onderbouwd dat de persoonlijke problematiek van de ouders en hun beperkte vaardigheden het onmogelijk maken om aan de behoeften van de minderjarige te voldoen. De pleegouders bieden een stabiele en veilige omgeving waarin de minderjarige zich goed ontwikkelt.
Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is verstreken en dat voortzetting van ondertoezichtstelling niet langer in het belang van de minderjarige is. Om conflicten tussen ouders en pleegouders te voorkomen, wordt een neutrale derde, de gecertificeerde instelling, benoemd tot voogd.
De belangen van de minderjarige wegen zwaarder dan het belang van de ouders bij gezagsuitoefening. De beslissing is proportioneel en noodzakelijk, waarbij het belang van het kind voorop staat. De ouders blijven betrokken bij het leven van de minderjarige, ondanks de beëindiging van hun gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.