Uitspraak
mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh, kantoorhoudende te Rotterdam.
Het verloop van het geding
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer behandelt een verzoek tot toekenning van beloning aan twee vereffenaars van een besloten vennootschap die is ontbonden. De Liagre Böhl was benoemd tot vereffenaar in 2001 en Van Hövell tot Westerflier in 2015, na heropening van de vereffening.
Er was bezwaar gemaakt tegen toekenning van beloning aan De Liagre Böhl, onder meer omdat er sinds 2004 geen activiteiten of rapportages waren ontvangen en een declaratie van toen als verjaard werd beschouwd. De Liagre Böhl stelde dat rekening en verantwoording waren afgelegd en dat de verjaringstermijn niet was verstreken omdat het salaris pas opeisbaar is na vaststelling door de rechter.
De Ondernemingskamer oordeelt dat zij bevoegd is om de beloning toe te kennen aan beide vereffenaars, ook al was Van Hövell tot Westerflier door de rechtbank benoemd. De toekenning betreft werkzaamheden verricht in de periodes waarin zij als vereffenaar optraden. De gevraagde beloningen van respectievelijk € 992,59 en € 12.409,98 inclusief BTW worden niet onredelijk geacht en worden toegekend. Overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: De Ondernemingskamer kent beloning toe aan beide vereffenaars conform hun kostenopgave en wijst overige verzoeken af.