ECLI:NL:GHAMS:2018:4271
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie en omgangsregeling na wijziging omstandigheden
Partijen zijn in 1999 gehuwd en gescheiden in 2011, met een kind uit het huwelijk. De man betaalde partneralimentatie en er was een omgangsregeling met het kind. De man verzocht om partneralimentatie op nihil te stellen wegens gewijzigde omstandigheden, omdat de vrouw volgens hem inkomsten uit prostitutie had.
De vrouw ontkende deze inkomsten, maar het hof vond op basis van rapporten en observaties voldoende bewijs dat zij werkzaam was als prostituee. Hierdoor was sprake van een relevante wijziging van omstandigheden, rechtvaardigend dat de partneralimentatie werd teruggebracht naar nihil vanaf 13 september 2016.
De vrouw kon onvoldoende aantonen dat zij na mei 2017 geen inkomsten meer had uit prostitutie. Het hof oordeelde dat zij geen aanvullende behoefte had en wees haar verzoek tot verhoging van de alimentatie af. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot terugbetaling van het teveel ontvangen alimentatiebedrag.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelde het hof vast dat deze sinds 2015 niet werd nageleefd. Het verzoek van de vrouw tot oplegging van een dwangsom werd afgewezen, mede omdat het kind zelf wilde bepalen wanneer omgang plaatsvindt. Het hof moedigde een beperkte omgang aan, met mogelijke uitbreiding in overleg.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 13 september 2016 op nihil gesteld en de vrouw moet teveel ontvangen alimentatie terugbetalen; het verzoek tot dwangsom bij omgangsregeling wordt afgewezen.