Uitspraak
mr. J. van der Burgtte Rijswijk,
mr. F.C. de Wit-Facchettite Rotterdam.
1.Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
2.Feiten
3.De omvang van het geschil na verwijzing
4.De motivering van de beslissing
nihil
€ 435.000,-
Gerechtshof Amsterdam
Na verwijzing door de Hoge Raad behandelt het Gerechtshof Amsterdam een geschil tussen voormalige echtgenoten over de afwikkeling van hun vermogensrechtelijke verhouding na echtscheiding. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een deelgenootschap. De man had de woning gefinancierd met hypothecaire leningen en beheerde het bouwdepot.
De vrouw vorderde een verdeling van de eenvoudige gemeenschap en verrekening van vermogensvermeerdering. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de vrouw, maar het hof vernietigt dit en stelt een hogere uitkering vast. De man legde rekening en verantwoording af over het bouwdepot, wat het hof voldoende achtte. De vrouw stelde dat de man zijn beheersbevoegdheid overschreed, maar dit werd verworpen omdat de man handelde binnen de verplichtingen uit de koopovereenkomst en leveringsakte.
Verder vordert de man vergoeding van hypotheekrente en andere kosten die hij heeft voorgeschoten. Het hof wijst het beroep op rechtsverwerking en redelijkheid en billijkheid af en veroordeelt de vrouw tot betaling van de helft van de kosten over de periode 2008-2012 en vanaf 2013 tot verkoop van de woning. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet € 150.914,- plus rente aan de vrouw betalen en de vrouw moet de helft van de hypotheeklasten over de relevante periode aan de man vergoeden.