Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
6.De motivering van de beslissing
7.De beslissing
pro formaaan tot 31 maart 2019;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak tussen een gescheiden echtpaar staat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw centraal. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen eerdere beschikkingen van de rechtbank over haar behoefte en verzoekt onder meer om inzage in financiële bescheiden van de man om haar behoefte nader te onderbouwen. De man voert verweer tegen deze inzageverzoeken en betwist de omvang van de behoefte.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vrouw om inzage in creditcardafschriften en het verloop van de rekening-courant gerechtvaardigd is op grond van artikel 843a Rv, omdat zij een rechtmatig belang heeft bij deze gegevens om haar huwelijksgerelateerde behoefte te onderbouwen. De inzage wordt beperkt tot de periode juli 2010 tot en met juli 2013, waarin partijen nog samenwoonden.
De man wordt veroordeeld om binnen twee maanden de gevraagde bescheiden te verstrekken. Verdere beslissingen over aanvullende inzageverzoeken worden aangehouden. Partijen krijgen gelegenheid schriftelijk te reageren op de verstrekte stukken. De zaak wordt voorlopig aangehouden tot 31 maart 2019 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot inzage in creditcardafschriften en rekening-courant over juli 2010 tot juli 2013 binnen twee maanden.