ECLI:NL:GHAMS:2018:4375

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
000170-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 Wet op de rechtsbijstandArt. 89 SvArt. 90 SvArt. 591a SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand en schadevergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel is geëindigd. Het hof heeft vastgesteld dat de strafzaak in hoger beroep zonder strafoplegging en zonder toepassing van artikel 9a Sr is afgesloten, waardoor geen eigen bijdrage verschuldigd is.

Het hof heeft op grond van artikel 89 Sv Pro een vergoeding van € 105 toegekend wegens de geleden schade door de ondergane verzekering. Daarnaast is op grond van artikel 591a Sv een vergoeding van € 550 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. Het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage is afgewezen omdat deze niet verschuldigd is en de raadsman dit bedrag kan declareren bij de Raad voor Rechtsbijstand.

De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 november 2018 en de tenuitvoerlegging van de beschikking is bevolen door overmaking van het toegekende bedrag op de bankrekening van verzoeker.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 105 voor schade en € 550 voor kosten rechtsbijstand toegekend, terwijl het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000170-18 (89 Sv) en 000171-18 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002441-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. F.J. Donze, [adres].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv Pro, tot een bedrag van € 105,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 143,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 8 februari 2018 ingekomen.
Op 28 augustus 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 16 oktober 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Bij arrest van dit hof van 22 december 2017 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Pro
Verzoeker is op 4 oktober 2016 in verzekering gesteld en op 5 oktober 2016 in vrijheid gesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gelet op het voorgaande acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv
Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage overweegt het hof als volgt.
Artikel 44 van Pro de Wet op de rechtsbijstand luidt, voor zover hier van belang:
1. Aan personen die zich krachtens het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering door een raadsman kunnen doen bijstaan, kan het bestuur een advocaat toevoegen.
2. De eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
(….)
Onder het begrip ‘zaak’ moet hier de strafzaak als geheel worden begrepen. Indien de zaak in hoger beroep eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht is de eigen bijdrage evenmin verschuldigd voor de eerste aanleg, onafhankelijk van de uitkomst in eerste aanleg.
Nu de verzoeker geen eigen bijdrage verschuldigd is en overigens (de raadsman van) verzoeker dit bedrag kan declareren bij de Raad voor rechtsbijstand, zal het hof het verzoek in zoverre afwijzen.
Ten aanzien van de kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure zijn gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 89 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 105,00 (honderdvijf euro).
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M. Iedema, R.D. van Heffen en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is - bij ontstentenis van de voorzitter - ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 6 november 2018.
De oudste raadsheer beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 655,00 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 6 november 2018.
mr. R.D. van Heffen, oudste raadsheer.