ECLI:NL:GHAMS:2018:4376
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vergoeding rechtsbijstandkosten na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand in verband met een strafzaak die in hoger beroep eindigde zonder oplegging van straf of maatregel.
De zaak betrof kosten voor rechtsbijstand in de 12-strafvorderingprocedure, eerste aanleg, hoger beroep en de verzoekschriftprocedure zelf. Het hof oordeelde dat onder het begrip 'zaak' in artikel 44 Wet Pro op de rechtsbijstand de strafzaak als geheel moet worden verstaan. Omdat de zaak in hoger beroep zonder strafoplegging eindigde, is verzoeker geen eigen bijdrage verschuldigd voor de voorafgaande procedures.
Het hof wees het verzoek voor vergoeding van eigen bijdragen af, maar kende op grond van billijkheid een vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep en de verzoekschriftprocedure. De vergoeding van € 4.968,56 werd toegekend, het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 4.968,56 voor rechtsbijstandkosten toegekend.