ECLI:NL:GHAMS:2018:4378

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 november 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
000751-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 90 SvArt. 591a SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek hogere schadevergoeding preventieve detentie wegens onvoldoende bewijs

Verzoeker heeft een vergoeding gevraagd op grond van artikel 89 Sv Pro voor schade geleden door preventieve detentie en een aanvullende vergoeding voor kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv. De zaak betrof een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel werd beëindigd.

Het hof stelde vast dat verzoeker van 16 december 2015 tot 17 december 2018 in verzekering was gesteld. De forfaitaire vergoeding van €105,00 werd toegekend omdat deze in de LOVS-afspraken is opgenomen en zowel materiële als immateriële schade dekt. Verzoeker stelde daarnaast dat hij door de detentie kosten had gemaakt voor een hotelovernachting en een bootticket ter waarde van £400,00, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen.

Het hof oordeelde dat er geen gronden van billijkheid waren om deze extra vergoeding toe te kennen. Wel werd een vergoeding van €550,00 toegekend voor de gemaakte kosten van rechtsbijstand. Het verzoek tot een hogere schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van voldoende bewijs.

De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 november 2018 en de uitbetaling van in totaal €655,00 werd bevolen.

Uitkomst: Het hof kent een forfaitaire schadevergoeding toe maar wijst een hoger bedrag af wegens gebrek aan bewijs.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000751-18 (89 Sv) en 000750-18 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000999-16
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. M.M.J. Nuijten, [adres].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv Pro, tot een bedrag van:
  • € 105,00 ter zake van forfaitaire schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer;
  • £ 400,00 ter zake boven forfaitaire schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer, te weten het niet gebruik kunnen maken van zijn hotelovernachting en ticket in verband met de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk.
Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 3 juli 2018 ingekomen.
Op 31 juli 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 8 november 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Bij arrest van dit hof van 5 april 2018 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Pro
Verzoeker is op 16 december 2015 te 22.55 uur in verzekering gesteld en op 17 december 2018 te 18.15 uur in vrijheid gesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De forfaitaire bedragen ter vergoeding van schade door preventieve detentie, indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, die in de LOVS-afspraken zijn opgenomen, betreffen zowel een vergoeding voor materiële als voor immateriële schade. In bijzondere gevallen en voor zover die gesteld en deugdelijk zijn onderbouwd kunnen hogere bedragen worden toegekend.
Verzoeker heeft gesteld dat hij door de inverzekeringstelling geen gebruik heeft kunnen maken van zijn hotelovernachting en bootticket IJmuiden - New Castle. Deze kosten zouden in totaal £ 400,00 bedragen. Verzoeker heeft echter nagelaten zijn stelling te staven met bewijsstukken.
Gelet op het voorgaande acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor de hotelovernachting en de bootticket.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een forfaitaire vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering zoals verzocht.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 89 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 105,00 (honderdvijf euro).
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. S.M.M. Bordenga, R.D. van Heffen en J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 22 november 2018.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 655,00 (zeshonderdvijfenvijftig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 22 november 2018.
mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter.