ECLI:NL:GHAMS:2018:4494
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verstrekken identiteitsbewijs op grond van valse persoonsgegevens zonder oplegging straf
De verdachte, afkomstig uit Iran, heeft in 2014 bij de gemeente Landsmeer een identiteitsbewijs aangevraagd waarbij zij een valse naam en geboortedatum heeft opgegeven, terwijl haar oorspronkelijke paspoort door Duitse autoriteiten was ingenomen. Het hof oordeelt dat zij een identiteitsbewijs heeft doen verstrekken op grond van valse persoonsgegevens, hetgeen strafbaar is.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou moeten zijn op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag en dat de identiteit reeds door de IND was bevestigd, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof sprak de verdachte vrij van het doen van een valse aangifte, omdat dit niet onder het begrip persoonsgegevens valt.
Hoewel het hof de strafbaarheid van het bewezen verklaarde vaststelt, legt het geen straf of maatregel op. Dit vanwege de ernst van het feit in combinatie met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder psychische klachten, haar moeilijke situatie en het feit dat zij uit angst handelde om uitzetting te voorkomen. Tevens is sinds het feit vier jaar verstreken zonder verdere justitiële contacten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor het doen verstrekken van een identiteitsbewijs op grond van valse persoonsgegevens, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.