ECLI:NL:GHAMS:2018:4548

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
11 december 2018
Zaaknummer
200.238.697/01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 22 WnaArt. 107 lid 3 Wna
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring klacht tegen notaris na intrekking door klaagster

Klaagster diende een klacht in tegen een notaris bij de kamer voor het notariaat, welke op 30 april 2018 ongegrond werd verklaard. Klaagster ging in hoger beroep en diende een beroepschrift in. Tijdens de procedure trok klaagster haar klacht in per e-mail, waarmee zij tevens aankondigde niet te zullen verschijnen bij de zitting.

De notaris gaf aan geen voortzetting van de behandeling te verlangen. Het hof concludeerde dat klaagster geen belang meer had bij een uitspraak over de klacht en dat het algemeen belang geen voortzetting van de behandeling vereiste. Hoewel artikel 107 lid 3 Wna Pro niet expliciet artikel 99 lid 22 Wna Pro noemt voor hoger beroep, acht het hof dit een vergissing van de wetgever.

Gezien het openbare orde karakter van het notarieel tuchtrecht en het ontbreken van een verzoek tot voortzetting door de notaris, vernietigde het hof de bestreden beslissing van de kamer en verklaarde klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht. De beslissing werd op 11 december 2018 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen de notaris na intrekking van de klacht.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.238.697/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/329308 / KL RK 17-186
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 december 2018
inzake
[klaagster] ,
wonend te [plaats] ,
appellante,
tegen
mr. [de notaris] ,
notaris te [plaats] ,
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellante (hierna: klaagster) heeft op 5 mei 2018 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 30 april 2018. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op alle onderdelen ongegrond verklaard.
1.2.
De notaris heeft op 22 juni 2018 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.
1.3.
Het hof heeft van de notaris op 24 september 2018 een nadere productie ontvangen.
1.4.
Het hof heeft op 24 september 2018 van klaagster het volgende bericht per e-mail ontvangen (met bijlagen):
“Hierdoor bericht ik u dat ik de klacht intrek. Ik zal dan ook niet op de zitting van de 27e verschijnen. Een kopie van deze mail zend ik direct aan [de notaris] .”
1.5.
Op 26 september 2018 heeft het hof van de notaris het volgende bericht per e-mail ontvangen:
“Hierbij laat ik u voor de goede orde weten dat ik van mijn kant geen voortzetting van de behandeling van de klacht verlang, als bedoeld in artikel 99 lid 22 WNA Pro.”
1.6.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 27 september 2018. De notaris is verschenen. Klaagster is, zoals zij vooraf had aangekondigd, niet verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit het voorgaande blijkt dat klaagster haar (tuchtrechtelijke) klacht tegen de notaris heeft ingetrokken. Het hof leidt daaruit af dat klaagster geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het algemeen belang vergt naar het oordeel van het hof niet de voortzetting van de behandeling. Weliswaar wordt in artikel 107 lid 3 Wet Pro op het notarisambt (Wna) artikel 99 lid 22 Wna Pro niet vermeld als van overeenkomstige toepassing op de behandeling in hoger beroep, maar aangenomen moet worden dat dit berust op een vergissing van de wetgever. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat het notariële tuchtrecht van openbare orde is. Nu daarnaast niet door de notaris te kennen is gegeven dat zij voortzetting van de behandeling wenst, zal het hof de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klaagster alsnog niet-ontvankelijk verklaren in haar klacht.
2.2.
Op grond van hetgeen onder 2.1. is overwogen beslist het hof als volgt.

3.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.R. Sturhoofd en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2018 door de rolraadsheer.