ECLI:NL:GHAMS:2018:4548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring klacht tegen notaris na intrekking door klaagster
Klaagster diende een klacht in tegen een notaris bij de kamer voor het notariaat, welke op 30 april 2018 ongegrond werd verklaard. Klaagster ging in hoger beroep en diende een beroepschrift in. Tijdens de procedure trok klaagster haar klacht in per e-mail, waarmee zij tevens aankondigde niet te zullen verschijnen bij de zitting.
De notaris gaf aan geen voortzetting van de behandeling te verlangen. Het hof concludeerde dat klaagster geen belang meer had bij een uitspraak over de klacht en dat het algemeen belang geen voortzetting van de behandeling vereiste. Hoewel artikel 107 lid 3 Wna Pro niet expliciet artikel 99 lid 22 Wna Pro noemt voor hoger beroep, acht het hof dit een vergissing van de wetgever.
Gezien het openbare orde karakter van het notarieel tuchtrecht en het ontbreken van een verzoek tot voortzetting door de notaris, vernietigde het hof de bestreden beslissing van de kamer en verklaarde klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht. De beslissing werd op 11 december 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen de notaris na intrekking van de klacht.