ECLI:NL:GHAMS:2018:4580
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming broer als bewindvoerder en mentor ondanks familieconflicten
De zaak betreft een hoger beroep tegen de benoeming van een broer als bewindvoerder en mentor van een oudere vrouw met dementie die in een verzorgingstehuis verblijft. De verzoekers, waaronder een broer en een nichtje, stelden dat de benoeming onjuist was vanwege spanningen binnen de familie en twijfels over de geschiktheid van de benoemde bewindvoerder.
Het hof oordeelde dat de nicht niet-ontvankelijk was omdat zij niet tot de kring van belanghebbenden behoorde. De broer was wel ontvankelijk en zijn verzoek werd inhoudelijk beoordeeld. Hoewel er spanningen en wantrouwen bestaan, was er geen bewijs dat de benoemde bewindvoerder ongeschikt was. De wettelijke voorkeur ging uit naar de broer als enige beschikbare wettelijke voorkeurspersoon.
De rechthebbende zelf gaf aan geen voorkeur te hebben voor een specifieke bewindvoerder. Mediation tussen partijen was zonder succes gebleven. Het hof concludeerde dat de spanningen geen reden vormden om af te wijken van de wettelijke voorkeur en dat de benoeming bekrachtigd moest worden.
Uitkomst: De benoeming van de broer als bewindvoerder en mentor wordt bekrachtigd ondanks familieconflicten.